| |
vervolg: lotgenoten onder filosofen
Pythagoras.
Zijn leven.
Over het leven van Pythagoras is meer bekend dan over dat van voorgangers als Thales, Anaximines en Anaximander. Hij is rond 580 v. Chr. geboren, vermoedelijk op het eiland Samos, niet ver van de handelsconcurrent Milete en overleed tijdens de 69ste olympiade, de periode tussen 500 en 497 v. Chr., een twintig jaar eerder dan Heraclitus. Zijn vader is een vooraanstaand Fenicisch koopman, die wegens verdienste op goede voet staat met de autoriteiten van het eiland. Voor zijn studie zoekt hij contact met de oude Pherekydes, Feniciër en deskundige op het gebied van mythologie en religie, die hem zeer weet te waarderen. Men veronderstelt dat Pythagoras zijn leer over de zielsverhuizing van hem heeft overgenomen. Daarna is Pythagoras enige tijd onder de hoede van Anaximander en Thales, die hem aanraden de bronnen van kennis en mystiek zelf te onderzoeken. Die zouden liggen in de Egyptische tempels. Na veel moeite wordt hij in Thebe ingewijd als priester. Het verhaal dat hij in 525 v. Ch. door de Perzische koning Cambyses met andere Grieken naar Babylon werd gedeporteerd is, gezien zijn leeftijd, onwaarschijnlijk. Dit neemt niet weg dat hij daar wel geweest kan zijn, gezien zijn kennis van de sterrenkunde. Als hij terugkeert naar Samos, wordt hij leermeester van de zoon van de tiran Polycrates. Deze tiran was een echte machtswerllusteling, die zelfs zijn broers doodde en mede door de val van Milete schatrijk werd met piraterij en handel. Ter verdediging van het eiland laat hij een fort bouwen dat van water wordt voorzien door een kilometer lange tunnel, dwars door een berg.
Als Pythogoras genoeg heeft van het zeer uitbundige hofleven, emigreert hij op zijn veertigste naar Croton, een belangrijke havenstad op de zuidpunt van Italië. Hier sticht hij een school, die met zijn strenge leefregels meer een sekte is. Zij streeft naar een eenvoudig en waarachtig leven, om te delen in de warmte van de zon, de bron van alles wat bezield is. De gemeenschap van meer dan 200 mannen en vrouwen kent geen privé-bezit, heeft een eigen taal en geheimhoudingplicht en de spreuken van Pythagoras dienen als leidraad. Met zijn verbod een vuur niet met een dolk op te porren, bedoelde hij dat men niet de toorn of trots van een machthebber moest opwekken. Met ‘vreet je hart niet op’ bedoelde hij je leven niet door te brengen in verdriet en getob. ‘Niet over een waagbalk heenstappen’ betekende billijk en rechtvaardig te blijven enz.
Pythagoras spreekt zich ook uit over de politiek. Zijn politieke opvattingen zijn niet die van een democraat. Voor de stad ontwerpt hij wetten met een aristocratisch gehalte; regeren is een taak voor de besten. Zijn werken over ‘Staatsmanschap’, ‘Natuur’ en ‘Opvoeding’ zijn verloren gegaan.
De grootste bekendheid krijgt de filosoof niet door zijn school, maar door zijn redevoeringen vol levenswijsheden, ondersteund door zijn enorme feitenkennis. Ze vonden ’s avonds plaats vanachter een laken met soms wel 600 toehoorders uit alle delen van de wereld. Volgens een minachtende Aristoteles begonnen de redevoeringen altijd zo: ‘bij de lucht die ik inadem en bij het water dat ik drink, zal ik, Pythagoras, geen enkele tegenspraak dulden over dat wat ik ga zeggen’. Een andere versie is dat hij meende nooit berispt te kunnen worden over wat hij te zeggen had. Door zijn geheimzinnig optreden geeft hij voedsel aan de wildste verhalen, zoals zijn herinneringen aan zijn reïncarnaties, het praten met dieren, zijn bovennatuurlijke gaven en zijn ouderdom. Bekend is zijn afkeer van tuinbonen, wat ook met een meer algemene allergische werking te maken kan hebben. Zelf vindt hij ze in ieder geval ‘gasverwekkend’, waardoor onze dromen in de slaap worden verstoord. Als eerste gebruikte hij het woord filosoof: vriend der wijsheid. Voor sommigen is hij een profeet, een ziener, later wel eens op één lijn gesteld met Jezus.
Over de dood van Pythagoras bestaan drie verschillende verhalen. Volgens één is hij gedood door inwoners van Croton: een aantal van hen waren niet uitgenodigd op een feest van zijn vriend Milo en staken het huis in brand; op de vlucht geslagen stuit hij op een veld met bonen, waar hij niet doorheen dorst, om zo alsnog gepakt te worden. Een andere versie is dat hij zich moedwillig laat uithongeren. Zeker is echter dat hij een vrouw, dochter en zoon achterlaat. De laatste zette de school voort, die nog 9 generaties bleef bestaan. Dochter Damo bewaarde zijn memoires, die ze op verzoek van pa helaas nooit te gelde heeft gemaakt. Over moeder Theano kunnen we, met D. Laërtius, het verhaal vertellen dat toen haar eens gevraagd werd, hoeveel dagen na de coïtus een vrouw weer rein was, ze antwoordde: ‘na die met mijn echtgenoot onmiddellijk, maar na een met een andere man nooit’.
Zijn leer.
Pythagoras kennen we dus alleen uit verhalen. Hij is beroemd door de naar hem genoemde stelling: van een rechthoekige driehoek is het kwadraat van de schuine zijde de som van de kwadraten van de twee anderen. Deze stelling was bekend in Egypte, maar Pythagoras kon haar ook bewijzen. Voor het vinden van waarheid achtte hij vier vakken noodzakelijk: rekenkunde, meetkunde, astrologie en muziek. Zelf is hij een vaardige speler op de lier, maar hij vindt ook het getalsmatige verband tussen de lengte van een snaar en zijn toonhoogte.
Zoals alles verdeelt Pythagoras ook getallen in goede en slechte, toch vormen ze samen een eenheid. Getallen hebben voor hem een mystieke betekenis. Ze zijn onveranderlijk en daarmee symbool voor het eeuwige: ‘de hemel is harmonie en getal’. In zijn leer staat de 1 voor verstand, de 2 voor (vrouwelijke) opinie, de 3 voor (manlijke) volmaaktheid, de 4 voor gerechtigheid, de 5 voor het huwelijk enz.. Het getal 10, als optelling van 1,2,3 en 4, is het meest volmaakt (linker figuur), maar ook getallenvierkanten kennen hun schoonheid:
Optelling van zowel een rij, kolom of diagonaal levert het getal 34 op (middelste figuur), maar ook de cijfers van de vier hoekgetallen (bv. 13 + 3 + 8 + 10) en het binnenste vierkant (rechter figuur).
De Pythogoreeërs hebben als eerste, met passer en liniaal, de regelmatige vijfhoek geconstrueerd. Voor het verdelen van een lijnstuk werd de gulden snede toegepast: een lijnstuk a moet zodanig in b en c verdeeld worden dat b zich verhoudt tot c als c tot a. Deze verhouding, bij benadering 3 : 5, werd lang als ideaal gezien in de architectuur en kunst.
Het schouwen van figuren en getallen in hun onverstoorbare samenhang moest de ziel reinigen, afbeeldingen ervan op metalen plaatjes boden bescherming tegen ziekten. De mate waarin deze catharsis lukte, bepaalde waarnaar de ziel na de dood verhuisde. Dit kon eeuwige verlossing zijn in de bovenlucht, maar ook een terugkeer in een dier, de reden om geen vlees te eten. De gedachte aan zielsverhuizing naar een dier maakt Pythagoras echter lastig, door te stellen dat ook dieren intelligent zijn en gevoel hebben, maar, in tegenstelling tot de mens, geen verstand en dat is juist de derde en eeuwige component van de ziel.
In de astrologie liet Pythagoras volgens sommigen alle Sterren te zamen met Zon, Maan, Aarde, Mars, Venus, Mercurius, Saturnus en Jupiter om een centraal vuur draaien met precies aan de andere kant een voor ons onzichtbare Tegen-aarde. Deze tien sferen (of 7 i.v.m. de toonladder) zorgden voor een harmonisch maar voortdurend en dus onhoorbaar geluid. Volgens Parmenides heeft hij ontdekt dat de Ochtend- en Avondster (Venus) dezelfde zijn.
Pythagoras was een belangrijk filosoof. Door fysische grootheden een getal te geven en een bewijs door deductie uit postulaten te introduceren, heeft hij grote invloed gehad op het Griekse kwantitatieve denken. Zuivere kennis werd het ideaal, de empirie was onvolmaakt. Er deed zich wel een wiskundig probleem voor bij de rechthoekige driehoek: de lengte van een overstaande rechthoekzijde bleek in de regel niet door een geheel getal of een breuk te kunnen worden weergegeven, wat neerkwam op het bestaan van irrationale getallen en dat was een ernstige inbreuk op de leer.
Lotgenoot.
Pythagoras heeft veel van een lotgenoot, die zijn stemmen een mystieke plaats geeft en er zijn voordeel mee doet. Zijn opvattingen over reïncarnatie zal een aantal van ons niet vreemd in de oren klinken. In zijn jonge jaren reist hij veel en dat is mijns inziens altijd goed voor tenminste een reductie van de stemmen. Pythagoras moet men zich voorstellen als een atletische figuur met tulband, lange baard, broek en luit (een broek was voor de Grieken iets barbaars). Op zoek naar kennis trekt hij de wereld in met een aanbevelingsbrief van de tiran van Samos en enige geschenken van zijn vader. Zijn slaaf Zamolxis vergezelt hem zijn leven lang om bijna net zo beroemd te worden.
Pythagoras is iemand die zijn kennis met anderen wil delen, maar daarbij wel overtuigd is van zijn eigen gelijk. Zijn kosmische instelling zou te maken kunnen hebben met geestverruimende middelen. Zijn feitenkennis roept bewondering op maar ook spot. Hij heeft een speciaal contact met dieren en waant zich, gezien zijn vorige levens, een halfgod. De lucht zit vol zielen van demonen en heroën, die zich kenbaar maken via dromen met een voorspellende waarde. Door zich af te schermen weet hij zijn roem, al of niet gewild, nog te vergroten.
|
|