![]() |
|||
Wilma Boevink, Trimbos-instituut, Utrecht,
Begin dit jaar vond de jaarlijkse Trimboslezing plaats. Deze nieuwjaarslezing van het Trimbos-instituut wordt elk jaar verzorgd door iemand uit de wereld van de GGZ, verslavingszorg of maatschappelijke opvang. Dit jaar was Jim van Os aan de beurt. Van Os is psychiater en epidemioloog en werkt onder andere als hoogleraar aan de universiteit van Maastricht. De titel van zijn lezing luidde: ‘De nieuwe psychose’. De organisatoren van vanmiddag vroegen me in te gaan op de lezing van Van Os. In het eerste deel van mijn verhaal zal ik dat proberen te doen. Omdat dat eerste deel onvermijdelijk abstract zal zijn, wil ik in het tweede deel van mijn verhaal concreter worden. Dan zal ik aan de hand van voorbeelden toelichten wat de consequenties kunnen zijn van de ‘nieuwe’ opvatting over psychosen voor het zelfbeeld en de herstelpogingen van mensen met psychotische ervaringen. Allereerst over het betoog van Van Os. Zijn titel ‘De nieuwe psychose’ is wellicht enigszins misleidend. Er is in ieder geval geen sprake van een nieuw ontdekte psychose, van een nieuw ontdekte aandoening. Wel verwijst de titel naar een andere opvatting over psychosen dan de klassieke opvatting over schizofrenie. Ook die opvatting is op zichzelf niet nieuw. Wat wel nieuw is dat Van Os die opvatting onderbouwt met cijfers. In verband met de tijd geef ik van die andere opvatting, en de onderbouwing ervan, geen volledige samenvatting. Ik heb er enkele punten uitgelicht die volgens mij erg belangrijk zijn voor het doel van deze studiemiddag. Goed, wat hebben we tot nu toe? De diagnose schizofrenie is schadelijk en in zijn huidige vorm weinig nuttig voor de klinische praktijk. En sterker: voor het bestaan van dè ziekte schizofrenie zijn volgens de huidige kennisstand geen bewijzen. Wat wel een feit is, is dat zich in de psychiatrie veel mensen melden met psychotische klachten. Ook over die psychotische klachten bestaat een misvatting die Van Os pareert. In de psychiatrie handelen we alsof psychose een ‘dichotome ziekte-eenheid’ is. Daarmee wordt bedoeld: je hebt het – en dan ben je ziek - of je hebt het niet. In de praktijk betekent dat: je hebt zieke mensen en je hebt gezonde mensen. Of met andere woorden: je hebt gekke mensen en je hebt normale mensen en daartussen zit niets. Dat is een misvatting. In de werkelijkheid is er geen sprake van een wel-niet situatie, maar veeleer van een psychosecontinuüm. Uit onderzoek blijkt dat psychotische ervaringen niet voorbehouden zijn aan psychiatrische patiënten, maar verdeeld over de algemene bevolking voorkomen. Er lopen veel mensen rond die regelmatig psychotische ervaringen hebben zoals wanen en hallucinaties, maar nog nooit met de psychiatrie in aanraking zijn geweest. Niet omdat het zorgmijders zijn, maar gewoon omdat ze geen noemenswaardige problemen ervaren. Psychotische ervaringen zijn normaal menselijke ervaringen en zij leiden op zichzelf niet tot problemen en dus tot een psychiatrische zorgbehoefte. Slechts in een aantal gevallen ontwikkelen deze ervaringen zich tot een psychose en slechts een klein deel van de mensen met een psychose ontwikkelt vervolgens een zorgbehoefte voor psychotische symptomen. Ik wil nu het abstracte niveau verlaten en doorgaan op een concreet niveau. Wat betekent deze opvatting over psychosen voor het zelfbeeld en de herstelpogingen van mensen met psychotische ervaringen? Ik wil daarvoor putten uit mijn eigen ervaringen als psychiatrisch patiënt, hoewel ik dat deze keer niet helemaal vanzelfsprekend vond. Ik heb namelijk nooit de diagnose schizofrenie meegekregen in de psychiatrie. Toch kreeg ook ik in de psychiatrie de verlammende overtuiging mee dat mijn psychosen het gevolg waren van een stoornis in mijzelf. Ik wil mijn ervaringen gebruiken om te vertellen hoe ik me aan die overtuiging kon ontworstelen en welke alternatieven ik er nu voor heb. In de tijd tussen mijn zeventiende en mijn eenentwintigste jaar had ik vrijwel voortdurend psychotische ervaringen. Of misschien heb ik gewoon een drie jaar durende psychose gehad. Uiteindelijk werd ik opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Toen ik daar na drie jaar vertrok, was ik er beslist beter aan toe. Ik was helder in mijn hoofd en stond met beide benen op de grond. Maar ik voelde me vooral een ex-psychiatrisch patiënt. Ik was ernstig ziek geweest, was voor mijn stoornis behandeld en hoewel het wel nooit meer echt zou overgaan, was er met de restverschijnselen wel te leven. Ik beschouwde mezelf als drager van een stoornis waar ik geen greep op had. Feitelijk was ik erg vervreemd van mezelf. Ik bezag mezelf van buitenaf, als een soort buitenaards wezen, waarvoor een speciale aanpak gold. Bij een opleving van symptomen was er de arts, het ziekenhuis en de pillen en verder gold vooral: blijf in het hier en nu, stel je ambities naar beneden bij en overdag ben je wakker en ’s nachts moet je slapen. Ik vertrouwde mezelf helemaal niet, want elk moment kon immers die stoornis de kop opsteken. Ik had een duistere kant, een kant die ik niet kende en niet durfde te verkennen. Ik dacht niet na over wat er aan mijn opname vooraf was gegaan en ik dacht niet na over wat daar de betekenis van was. Het enige wat ik probeerde was zo ver mogelijk bij mijn ondergrens uit de buurt te blijven. Dat werd ook gestimuleerd door de hulpverleners waar ik in de loop der jaren steun bij zocht. De algemene opvatting is toch nog steeds dat praten over een psychose het risico van een volgende psychose vergroot en dat je het daarom niet moet doen. Ik dekte het dus toe, die zieke kant in mezelf. Ik wilde er niet naar kijken, ik mocht er niet naar kijken en we hoopten er allemaal maar het beste van. Mijn zelfbeeld in de jaren na mijn opname was extreem negatief. Ik schaamde me voor mezelf, ik had een volstrekt gebrek aan zelfvertrouwen en voelde me schuldig dat ik de samenleving zo op kosten had gejaagd. Ik vond nauwelijks dat ik recht van bestaan had, zo waardeloos als ik me had getoond. Dat was van invloed op mijn sociale contacten, die ik liever uit de weg ging. En mijn eerste pogingen om baantjes te verwerven, liepen dan ook op niks uit. Voor vakkenvuller bij de Albert Heijn kwam ik niet in aanmerking, omdat ik een VWO-diploma had. Maar toen ik de uitzendbureaus afging, werd ik niet eens ingeschreven, omdat ik me bij voorbaat al uit de markt prijsde door vooral mijn onbetrouwbare kanten te benadrukken. Gaandeweg vond ik de oplossing door helemaal opnieuw te beginnen. Ik deed alsof mijn verleden er niet was. Ik splitste mezelf en bouwde aan een positieve, sterke kant. Mijn duistere kant en de negatieve gevoelens drong ik terug naar een deel in mezelf waar ik er geen last van meende te hebben. Het is me in de jaren na mijn opname gelukt om stabiliteit in mijn leven te verwerven. Ik ben jarenlang vrij geweest van psychosen. Ik ben in staat geweest een bestaan voor mezelf op te bouwen, een relatie aan te gaan en een baan te verwerven. Mijn stoornis raakte naar de achtergrond. Eerlijk gezegd dacht ik dat ik ‘m had overwonnen, dat ik ‘m te slim was afgeweest. Feitelijk was ik ervan overtuigd dat me nooit meer iets zou overkomen als van voor mijn psychiatrische opname. Ik had een partner, een baan, een huis. Alles was anders. Totdat ik kort op elkaar enkele schokkende gebeurtenissen meemaakte en bovendien moeder werd. Toen werd ik opnieuw psychotisch. Ik kreeg medicijnen voorgeschreven en toen die de ergste symptomen en angst hadden gedempt, kwam ik voor de keuze te staan: laat ik dit opnieuw een opleving van een voortwoekerende ziekte zijn of kijk ik nu naar wat er werkelijk aan de hand is. Die eerste optie vond ik weinig aantrekkelijk. Die maakte me machteloos. Mijn psychosen als een ziekte accepteren voelde als het hoofd in de schoot leggen en me overleveren aan iets onvoorspelbaars. En dat vond ik niet te combineren met het moederschap of met alles wat ik had opgebouwd. En dus moest ik leren kijken naar wat er werkelijk aan de hand is. Ik vond een therapeut die het aandurfde werkelijk met mij naar mijn psychosen te kijken: wat is de inhoud ervan, wat gaat er aan vooraf? Ik vond voor het eerst iemand die samen met mij de risico’s daarvan durfde aan te gaan. Het was voor het eerst dat ik werd uitgenodigd te praten over mijn psychotische ervaringen. Met dat praten ben ik nu nog steeds bezig. In de afgelopen zes jaar heb ik herhaaldelijk psychotische ervaringen gehad en soms ontwikkelden zich deze tot een problematische psychose. Ik slik nu een onderhoudsdosis van een antipsychoticum en daarboven op ben ik samen met een aantal mensen hard aan het werk om mijn psychotische ervaringen te verkennen en mezelf te leren kennen. Ik wil een paar voorbeelden geven van hoe ik dat doe. Ik realiseer me dat dit een sterk persoonsgebonden constructie is, die niet voor iedereen geschikt is. Maar voor mij werkt ‘ie tot nu toe goed. Wat heeft het me tot nu toe opgeleverd? Ik ben begonnen met een verkenning van wat er aan mijn psychosen voorafgaat. Wat zijn de triggers of de stressfactoren die een psychose inluiden? Inmiddels heb ik aardig zicht op wat mijn alarmbellen zijn, op wat bij mij de voortekenen zijn van een naderende psychose. Ik heb het geluk – en ik weet dat dat niet voor iedereen geldt – dat een psychose bij mij heel geleidelijk gaat. Dat geeft mij de gelegenheid om vroegtijdig aan de bel te trekken, bij mijn pillendokter en praattherapeut. Toch garandeert dat geen preventie van een psychose. Inmiddels heb ik ook geleerd dat zicht op je alarmsignalen niet het wondermiddel is dat we er graag van zouden willen maken. Zelfmanagement is maar tot op zekere hoogte mogelijk. Een psychose blijft verraderlijk. Mijn verhaal is maar één voorbeeld van hoe je kunt werken met je psychotische ervaringen. Er zijn vele vormen denkbaar. Voor mij voelt mijn zelfbedachte constructie goed, hoewel ik er niet langer naar streef helemaal van mijn psychotische ervaringen af te komen. Wel streef ik er naar uit de problemen te blijven, crises te voorkomen en uit de psychiatrie te blijven. Werken met mijn psychotische ervaringen is hoopgevend, omdat het mij in staat stelt zelf iets te doen. En het werkt normaliserend. Van een buitenaards wezen met een stoornisidentiteit ben ik een persoon geworden met normaalmenselijke ervaringen.
|
|||
| terug naar boven | |||
|
|||