Zelfhulpadviezen voor StemmenHoorders

geschreven door Ineke Smits

Boekbespreking door Annette Plooy


In Zelfhulpadviezen voor StemmenHoorders geeft Ineke Smits, sinds 1987 ervaringsdeskundige, een heldere beschrijving van het horen van negatieve stemmen en geeft zij tips die kunnen helpen bij het leren
hanteren van deze stemmen, gebaseerd op haar eigen “genezingsproces”.
In vijfenzeventig pagina’s legt ze op - ook voor niet-stemmenhoorders - begrijpelijke wijze uit welke invloed negatieve stemmen kunnen hebben op iemands gevoelsleven, denkvermogen en sociale contacten.
Ze doet dit in een sympathieke stijl – zonder al te veel dramatiek. Ik vermoed dat veel stemmenhoorders zich in haar verhaal kunnen herkennen.

Als iemand nog in een dieptepunt verkeert, adviseert Smits drie stappen als voorbereiding op het genezingsproces:
1) Stop met proberen destemmen weg te krijgen.
2) Stop met zoeken naar oorzaken voor destemmen.
3) Controleer waar het geluid vandaan komt.

Door het opgeven van krampachtige (en doorgaans vergeefse) pogingen om de stemmen tot zwijgen te brengen kunnen lichamelijke ontspanning en rust bereikt worden, een voorwaarde voor verdere genezing. Het zoeken naar oorzaken voor de stemmen leidt stemmenhoorders volgens Ineke Smits onvermijdelijk een doodlopende weg in. “Het doet er niet toe wie of wat de stemmen veroorzaakt”, schrijft ze. “De oplossing moet toch uit jezelf komen”.
De derde stap – controleren waar geluid vandaan komt – is een zeer verhelderend en nuttig advies. Smits schrijft dat tachtig procent van haar stemmen veroorzaakt werd door alledaagse geluiden van buitenaf,
zoals gesprekken die bij de buren gevoerd werden of een snurkende kat. Deze geluiden zouden in haar hersenen “verkeerd vertaald worden en omgezet in stemmen”. Dit verschijnsel kan volgens haar worden verklaard door een overalertheid voor geluid bij mensen die ervaring hebben gehad met het horen van stemmen. Het is dus geen verklaring voor het stemmenhoren op zich, maar wel voor de vermenigvuldiging van de stemmen.
Haar advies: “ontmasker” de werkelijke herkomst van geluiden. Hiermee krijg je niet alle stemmen weg, maar wel de “onechte”, wat al een hele opluchting kan zijn.

Als de eerste stappen genomen zijn kan het eigenlijke genezingsproces beginnen. Dit proces behelst een aantal aspecten, waarvan het terugvinden van de eigen wil en mening me het meest aanspreekt. Wanneer
een stem negatieve opdrachten geeft, adviseert Ineke Smits je grondig af te vragen of je de opdracht wel wil uitvoeren. Zo niet, dan kan de stem genegeerd worden.
Hetzelfde geldt voor negatieve ideeën over jezelf of over anderen die je door een stem worden ingefluisterd. Ben je het met die ideeën eens? Zo niet, negeer ze dan. Dit proces vindt bij Smits puur rationeel-redenerend plaats, niet via een dialoog met de stemmen. Een dialoog werkt bij haar niet, schrijft ze. “Mijn stemmen plaatsen opmerkingen wanneer ze willen. Een gesprek hoort niet tot de mogelijkheden”.

Stemmenhoorders die tot de conclusie komen dat zij het eigenlijk wel eens zijn met destructieve opdrachten van hun stemmen worden door Ineke Smits nadrukkelijk naar een therapeut verwezen. Je kunt je echter
afvragen of het terugvinden van de eigen wil voor een stemmenhoorder überhaupt louter via zelfhulp te bereiken is. Wat wil ik? is voor de doorsnee burger al een bijna onmogelijke vraag. En als het niet-gehoorzamen aan of geloven van stemmen zo gemakkelijk was, zou de stemmenhoorder voor wie Smits haar boekje schreef niet zo in de knoop zijn geraakt.(Smits geeft overigens zelf aan dat uitvoering van haar
adviezen in de praktijk nog niet meevalt.) Aan de andere kant werkt de no-nonsense benadering van de schrijfster ook weer verfrissend: ze relativeert de macht van de stemmen en ontdoet ze van magische proporties.

Ineke Smits wijst er wel op dat het kunnen negeren van stemmen afhankelijk is van de emotie die de opmerkingen van de stemmen bij je oproepen. Als wat een stem zegt sterke negatieve gevoelens bij je
teweegbrengt, zal je moeten uitzoeken waarom dit zo is en zul je ermee aan de slag moeten. Of je dit alleen kunt en moet, is wat mij betreft de vraag. Smits laat dit in het midden.

Op andere plaatsen in haar boekje (bijvoorbeeld als het gaat om het verwerken van vroegere ervaringen met seksueel misbruik) suggereert zij dat het zinvol kan zijn een therapeut in te schakelen.

Smits beperkt zich niet tot adviezen die specifiek betrekking hebben op stemmen; zij betrekt de gehele levenswijze van de stemmenhoorder bij diens genezingsproces. Zij gaat uitgebreid in op zaken als goede
voeding, zelfverzorging, lichaamsbeweging en het zoeken van afleiding.
Hier lijkt me niets mis mee, vooral omdat ze het schrijft vanuit de ervaringswereld van de stemmenhoorder, waardoor ze aanvoelt dat het belangrijk is de vrijblijvendheid van haar adviezen te benadrukken (“Een
ideale dagindeling zou zijn: ’s morgens lichamelijk werk, ’s middags geestelijk werk en ’s avonds rusten. Maar dat zou te ver gaan. Leg jezelf zo weinig mogelijk regels op. Je bent vrij om te doen en laten wat je wilt.”). Ook is ze aangenaam nuchter als het gaat om bijvoorbeeld televisiekijken: “Pas als je zeker weet dat de tv gewoon de tv is en er van overtuigd bent dat er niet zoiets bestaat als een codetaal kun je jezelf weer gaan trainen in het kijken. Word je bang? Zet hem uit en probeer het een andere keer nog eens”. Over het geheel genomen komen haar adviezen met betrekking tot een gezonde levensstijl overeen met wat hulpverleners hun patiënten al jaren voorhouden: “Ga onder de douche, verzorg je huishouden, kom in beweging, leef regelmatig.” Is het gemakkelijker om het aan te nemen als het van een lotgenoot komt?
Misschien wel.

Wat me enigszins stoort is de uitweiding over de aanwezigheid van gifstoffen in voedsel en materialen. Het verband met stemmenhoren of het genezen hiervan ontgaat me – Smits lijkt zich hier te verliezen in haar
persoonlijke ‘hobby’ van macrobiotisch consumeren.

Alsof stemmenhoorders nog niet genoeg hebben om zich zorgen over te maken!

Hoewel Ineke Smits stemmenhoorders in het begin van haar boekje afraadt naar de oorzaken voor hun stemmenhoren te zoeken laat zij aan het eind toch een theorie los over de oorzaak van stemmenhoren: stemmenhoorders vangen teveel “trillingen” op, veroorzaakt door voorwerpen, gedachten, geluid of emoties van buitenaf. “Elke trilling veroorzaakt een gevoel of gedachte (in de vorm van een stem) en als deze voor de ontvanger niet te verklaren zijn onstaat er verwarring. Een stemmenhoorder voelt te veel, hij voelt alles tegelijk!”

Smits baseert deze theorie op haar eigen overgevoeligheid voor andermans gevoelens en haar vermogen gedachten van anderen te ‘lezen’. Het is heel goed mogelijk dat haar verklaring voor haarzelf hout snijdt en dat andere stemmenhoorders zich hierin zullen herkennen. Ik vind het echter jammer dat zij haar verklaring veralgemeniseert. Zij gaat hiermee voorbij aan oorzaken zoals geleden trauma’s en diepe innerlijke
conflicten, die voor een werkelijke genezing onderkend en verwerkt moeten worden.

Al met al is Zelfhulpadviezen voor StemmenHoorders echter zeker de moeite waard om te lezen, niet alleen voor stemmenhoorders, maar ook voor hulpverleners, die er lessen uit kunnen trekken over wat cliënten
in hoofdlijnen nodig hebben om negatieve stemmen te leren trotseren, zodat ze hen – wanneer ze daarom wordt gevraagd - kunnen helpen zichzelf te helpen.


ISBN 90-9018149-0
Dit boek is te bestellen door 9 euro over te maken op girorekening 1073451 t.n.v. E. Smits, Tilburg.
Vergeet niet uw verzendadres te vermelden!

 

 
   
  Vorige pagina

 

|Naar boven